Biografie van Thony de Waal.

Ik begon op mijn 17de met gitaar spelen. Dit onder protest van mijn ouders, die zeiden dat ik niet muzikaal was. Dat klopte wel, maar met veel volharding gebeurde het toch dat ik uiteindelijk de instrumentals van mijn idool Harry Sacksioni speelde.

Met samenspelen kwam ik niet verder dan in de garage bij een vriendje met electrische gitaar op zelfgebouwde buizenversterker vreselijke herrie maken, in navolging van Status Qua, Black Sabbath en Deep Purple.

Mijn toetreding tot de schoolband werd snel weer ongedaan gemaakt door de rest van de band. Ik kon wel soleren, maar niet in de maat. Ik hoop ook van harte dat de cassette waar mijn solo optreden als zanger/gitarist op het schoolfeest op is opgenomen niet nog eens opduikt.

Ik stond open voor alle muziek. Genesis en Pink Floyd vond ik geweldig, maar ik luisterde ook wel naar klassiek en folk.Op een gegeven moment kwam de verkoper van mijn favoriete platenzaak aanzetten met een plaat van de Chieftains en later van de Bothy Band. Dat was muziek waar ik niks van snapte, maar ik was er wel helemaal weg van!

Met name de muziek van de Bothy Band probeerde ik wel op gitaar na te spelen, maar wist ik veel dat de gitarist zijn gitaar heel anders stemde... Om van de open stemming van de bouzouki maar helemaal te zwijgen. Dat een aantal van mijn voorbeelden ook nog eens een halve toon hoger dan gewoon speelden maakten ook mijn pogingen om de muziek op een C en D tinwhistle mee te spelen bij voorbaat een verloren race. Leerboeken voor Ierse muziek waren er toen nog niet, en de boeken met uitgeschreven melodieen waren er wel maar niet verkrijgbaar in mijn dorp.

Een omwenteling gebeurde pas toen ik voor mijn werk naar Amsterdam kwam, in 1983. Daar zag ik op straat een bandje spelen die prachtige Ierse muziek maakte. Groot was mijn verbazing toen ze in het Nederlands begonnen te praten. Ik was er inmiddels namelijk van overtuigd dat je die Ierse muziek alleen kon maken als Ier. Ik ben toen op ze afgestapt en heb recht voor zijn raap gevraagd: "leer mij dat te spelen". Tegenwoordig wordt je voor zoiets onmiddellijk door de beveiliging verwijderd, maar ik kwam er mee weg. De beide violisten hebben me het nodige bijgebracht, en ik begon te spelen in Ierse sessies. De naam van die band? Dat was Stendelaar, en ik speel nog steeds met de accordeonist Eltjo Toorn. Ik ben zelfs tot de band toegetreden vlak voordat deze werd opgeheven (nee, niet door mij).

Het werk dat me naar Amsterdam bracht was slechts tijdelijk, ik verhuisde naar Oegstgeest en verloor de muziek en mijn vrienden geruime tijd uit het oog.

Weer terug in Amsterdam ben ik weer begonnen met muziek maken in sessies. Samen met Eltjo ben ik nog betrokken geweest bij een poging een inter-Keltische band op te richten, wat door radicaal verschillende invalshoeken van de leden niet verder is gekomen dan een eerste bijeenkomst.

Wat een contrast was toen de oprichting van Binneas. Met vier mensen, en even later nog een vijfde, komen we in geen tijd tot de meest prachtige arrangementen. Vaak als vanzelf, soms door het nodige doorzettingsvermogen, maar altijd constructief.

 

Mijn instrumentarium is de laatste jaren drastisch veranderd.

De gitaar pak ik eigenlijk alleen nog bij het arrangeren.

Mijn zoon is nu de gitarist in huis.

 

Ik ben aan de dubbelsnarige instrumenten verslaafd geraakt, zoals cittern en bouzouki.

De cittern was daarbij altijd mijn hoofdinstrument, mar vreemd genoeg heb ik die in Binneas al een tijdje niet meer bespeeld.

 

Hiernaast is de mandola te zien die ik in Binneas speel. Nou ja, mandola....
Het ding wordt verkocht als korte bouzouki, maar ik stem DAda in plaats van de GDAe waar deze voor was bedoeld.

 

 

 

 

 

 

 

De mandoline die ik hier speel is nou juist weer verkocht als een mandola,
maar dan een die me te kort is voor een mooie toon.

 

Die stem ik dan als Fcgd' ofwel als een mandoline, maar dan een hele toon te laag.

Dit in navolging van mijn held Andy Irvine.

 

 

 

 

 

Daarnaast ben ik twee jaar geleden begonnen met de houten fluit, oftewel Ierse fluit.

 

Dat gaat nog steeds elke dag hoorbaar beter in vergelijking met de vorige dag, en na een week niet spelen weer slechter.
Maar het vormt zo'n mooie aanvulling op de soort van geluiden die je op een cittern of mandola maakt dat ik heel gemotiveerd oefen.

De fluit waar ik hier op speel is in 2005 gemaakt door de Australische bouwer Terry McGee. Het is de zogenaamde Grey Larsen Preferred,
gemaakt als kopie van de Amerikaanse fluit van Grey Larsen.

 

 

Whistles speel ik al heel lang, maar nieuw is mijn gebruik van zelfgemaakte whistles van electriciteitspijp.

 

Een laatste instrument dat ik een beetje bespeel is de bodhran. Ik besef terdege dat dit een volwaardig muziekinstrument is, dat het verdient om een uur per dag op gespeeld te worden. Helaas wordt er op sessies vaak op geramd door mensen die vinden dat de aanschaf van een bodhran gelijk toegang biedt tot samenspelen met goede muzikanten nog voordat de basale rhytmes begrepen en beheersd worden. Als mijn spel bijdraagt aan een strakker samenspelen en af en toe nog eens een leuk accentje geeft ben ik op dit moment tevreden, want ik heb te weinig tijd om er meer van te maken.

Al met al ben ik blij en trots om deel uit te maken van het illustere gezelschap dat zich (terecht!) Binneas noemt.